|
||
|---|---|---|
Cricket bij s.v. W.C.R. Bent u geïnteresseerd of wilt u meer van het spel weten?
Cricket zal binnen onze landsgrenzen altijd wel een prettige “familiekwaal” in de marge van het sportleven blijven, ondanks de vele uren waarmee de BBC de liefhebbers verwent en nieuwe enthousiastelingen probeert te kweken. Waarschijnlijk bent u door de beelden op de Engelse televisie geïnteresseerd geraakt in de cricketsport. Wij zullen proberen de spelregels op een eenvoudige manier aan u uit te leggen.
Een cricketwedstrijd gaat tussen twee elftallen, waarbij de aanvoerders voor aanvang tossen welke partij het eerst gaat slaan (‘batten”) dan wel het veld ingaat (“fielden”) De Engelsen, de uitvinders, noemen het de King of Sports. Zo is de sport erg populair in o.a. Australië, India, Pakistan, Sri Lanka (de huidige wereldkampioen), Zuid-Afrika en de West Indies. In Nederland draagt de Cricket Bond weliswaar het Koninklijk stempel, maar verder houdt elke vergelijking met de toplanden op na. Hoewel… Nederland mag zich de laatste jaren meten met de groten der aarde. Deelname aan de World Cup in 1996 en 2003 is een bewijs dat cricket in Nederland eerder topsport is dan een gezellige amateursport.
De slagpartij probeert zoveel mogelijk punten (‘runs') te scoren. De batsman die aan het zogenaamde “levende” wicket staat, dat waarop wordt gebowld, slaagt daarin als hij de hem toegeworpen bal met zijn (wilgen) houten bat het veld inslaat en vervolgens naar de overkant rent. Telkens als hij en zijn collega batsman elkaar kruisen en de overkant bereiken, dan scoren ze een run. Wordt een bal zo hard geslagen dat hij over de grond het veld uitrolt, dan hoeven de batsmen niet te lopen en verdienen ze automatisch vier runs. Wie de bal in een keer door de lucht het veld uitslaat, heeft zelfs zes runs te pakken!
Hieruit blijkt dat de eerst battende partij 165 run heeft gescoord en dat de tegenstander nu op 110 runs staat. Zij moeten nog 56 runs maken om te kunnen winnen. Er zijn echter al 6 mensen uit terwijl ze ook nog maar 5 overs hebben. De laatste batsman die uitging, scoorde 32 runs. Het is dus heel spannend. Een einduitslag als 180 voor 7 betekent dat in bijvoorbeeld 50 of 55 overs er 180 runs werden gemaakt en er slechts 7 batsman uitgingen. Twee bleven er dus not out en twee hebben helemaal niet gebat.
Kortweg LBW; een door de bowler gebowlde bal raakt het been van de batsman waarna de bowler aan de scheidsrechter (umpire”) vraagt: “How’s that?”. Als de scheidsrechter van mening is dat de bal de paaltjes zou hebben geraakt als het been er niet had gestaan, dan geeft de scheidsrechter de batsman uit.
Hiermee wordt meteen de belangrijke rol van de twee umpires bij een cricketmatch duidelijk. Hoewel het duo, gekleed in een witte jas, vooral een toezichthoudende taak heeft, kunnen ze (àppel) doorslaggevende beslissingen nemen. Met behulp van vastgestelde armgebaren houden de umpires ook contact met de descorers langs de kant die het wedstrijdverloop moeten optekenen.
De fieldende partij heeft kans gezien met de bal het wicket te beschadigen voordat de batsman, die probeert een run te maken, achter de streep (“crease”), die ca. 1 meter voor het wicket staat, is.
Een batsman moet zij beurt afstaan als hij door de veldpartij “uit” is gemaakt. De meest voorkomende manieren zijn de volgende:
Juist dat bowlen maakt cricket zo moeilijk. Anders dan bij honkbal mag de bowler de harde bal, die gemaakt is van leer, met samengeperste kurk aan de binnenkant en een gewicht heeft van 156 gram, laten stuiten. Dat biedt talloze mogelijkheden tot het geven van effect, temeer omdat er een brede, dikke stiknaad op de bal zit. De batsman moet beducht zijn voor razendsnelle bowlers (“fastbowlers”) die ballen met snelheden van wel boven de 150 km p/u bowlen, of “spinners” of “slowbowlers”. Deze laatste groep bestaat uit specialisten die met veel effect gebowlde, langzame ballen afleveren. Een bowler die twee wickets heeft genomen in bijvoorbeeld 9 overs en 27 runs tegen kreeg, bowlde 2 voor 27 in 9, (2/27/9). Indien hij de bal te ver buiten het wicket bowlt, geeft de umpire een “wide ball”, de bal wordt dan over gebowld en de battende partij krijgt een run extra. Dit geldt ook als de bowler op een onreglementaire manier bowlt of over de “crease” stapt. Alleen noemen we het dan een “no ball”.
De winnaar van een cricketwedstrijd is de partij die na een vastgesteld aantal overs de meeste runs heeft gemaakt. Een volledige slagbeurt (“innings”) is gespeeld als de overs op zijn of als alle batsmen hun beurt hebben gehad en uit zijn (“all out”) hetgeen betekent dat er toch altijd iemand niet uit is (“not out”) omdat zodra de tiende batsman uit is er voor hem geen partner meer is. Cricket kent veel regels, maar dit zijn de belangrijkste.
De umpire houdt bovendien de “overs” bij: een “over” staat voor een serie van zes ballen die een bowler achter elkaar op een wicket bowlt. Daarna neemt een teamgenoot het van de andere kant van hem over. In Nederland worden maximaal 50 overs in een inngins gebowld en mag een bowler maximaal 10 overs bowlen. Een team heeft dus meerdere bowlers nodig!
|
||
Copyright SV WCR |